ECLI:NL:HR:2024:44

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 januari 2024
Publicatiedatum
17 januari 2024
Zaaknummer
22/04903
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 289 SrArt. 26 lid 1 WWMArt. 350 lid 1 SrArt. 344 lid 1 sub 5 Sv
Verwijzingen
7 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak vergismoord Katendrecht met meerdere strafbare feiten

In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag betreffende een vergismoord in Katendrecht, waarbij de verdachte werd veroordeeld voor (poging tot) moord, vuurwapenbezit en vernieling van eigendommen. De verdachte en benadeelde partijen stelden verschillende cassatiemiddelen voor, waaronder klachten over het gebruik van het requisitoir van de advocaat-generaal als bewijsmiddel en over de beoordeling van shockschade en immateriële schade.

De Hoge Raad heeft de klachten zorgvuldig beoordeeld, waaronder de vraag of het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat bepaalde schadeposten niet tot shockschade konden worden gerekend, en of het hof het confrontatiecriterium correct heeft toegepast bij de immateriële schadevergoeding aan de moeder van het slachtoffer. Tevens is overwogen of het hof had moeten toewijzen op basis van een deskundigenrapport zonder diagnose van een erkend psychiatrisch ziektebeeld.

Uiteindelijk concludeert de Hoge Raad dat geen van de klachten aanleiding geeft tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad ziet geen noodzaak tot nadere motivering omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep wordt dan ook verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04903
Datum23 januari 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 21 december 2022, nummer 22-001868-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij [benadeelde 1] heeft F.J.M. Hamers, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partijen [benadeelde 2], [benadeelde 3] en [benadeelde 4] heeft N. Stolk, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2.
Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte en de benadeelde partijen zijn voorgesteld
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 januari 2024.