ECLI:NL:HR:2024:272
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen 2013-2015
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin het hoger beroep tegen de belastingaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2013 tot en met 2015 en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente werd behandeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bevestigd.