ECLI:NL:HR:2024:271
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen 2013-2015
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 5 april 2022, waarin het hof het hoger beroep behandelde over de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2013 tot en met 2015, inclusief de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in stand.
De uitspraak is gedaan door de Hoge Raad op 23 februari 2024, waarbij de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter en raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage het arrest hebben gewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bevestigd.