Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
Anders dan de moeder heeft gesteld, is het hof van oordeel dat – in het licht van de belangenafweging uit art. 3 IVRK Pro – de rechtbank niet buiten het toepassingsgebied van art. 1:336a BW is getreden. Ook is geen sprake van verzuim van essentiële vormen. De rechtbank heeft de moeder namelijk na de bestreden beschikking in de gelegenheid gesteld om zich tegen het verzoek te verweren. De moeder heeft hiervan gebruikgemaakt, zodat het recht op hoor en wederhoor daarmee is gewaarborgd. Het hof is van oordeel dat het appèlverbod niet kan worden doorbroken. Daardoor komt het hof niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van het verzoek.”
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
20 december 2024.