ECLI:NL:HR:2024:1790

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 december 2024
Publicatiedatum
4 december 2024
Zaaknummer
24/03276
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROWet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om herziening arrest Hoge Raad afgewezen op grond van artikel 80a RO

De Hoge Raad heeft op 6 december 2024 het verzoek tot herziening beoordeeld dat was ingediend tegen het arrest van 7 december 2018 (ECLI:NL:HR:2018:2275). Na ontvangst van een advies van de procureur-generaal heeft de Hoge Raad geconcludeerd dat het verzoek duidelijk niet kan slagen.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad besloten het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Er is geen aanleiding gezien om de verzoeker te veroordelen in de proceskosten.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Feteris, Boerlage en Van der Voort Maarschalk en in het openbaar uitgesproken. Hiermee is het verzoek om herziening definitief afgewezen, waarmee de rechtsgang in deze procedure is afgesloten.

Uitkomst: Het verzoek om herziening is niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere motivering.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer24/03276
Datum6 december 2024
ARREST
op het door [X] ingediende verzoek om herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 7 december 2018, nr. 18/04447, ECLI:NL:HR:2018:2275.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek om herziening

De Hoge Raad heeft het verzoek om herziening beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het verzoek om herziening duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2024.