ECLI:NL:HR:2024:1722

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 november 2024
Publicatiedatum
21 november 2024
Zaaknummer
23/04427
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel hof over schadevergoeding na wanprestatie bij bedrijfsverplaatsing

De zaak betreft een geschil tussen de Gemeente Nijmegen en meerdere verweersters over de toerekening van schadevergoeding na wanprestatie door het afzien van een bedrijfsverplaatsing. De kern van het geschil ligt in de vraag welk deel van de betaalde koopsom is toe te rekenen aan de bedrijfsverplaatsing en welk deel aan het opstalrecht, alsmede de begroting van de schade en het onstoffelijk voordeel voor de gemeente.

De procedure kent een lange voorgeschiedenis met meerdere vonnissen van de rechtbank Gelderland en arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden tussen 2016 en 2023. De Gemeente heeft tegen het laatste arrest van het hof van 15 augustus 2023 cassatieberoep ingesteld, terwijl de verweersters incidenteel cassatieberoep hebben ingesteld. Beide beroepen zijn door de Hoge Raad beoordeeld.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van partijen niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad hoeft geen nadere motivering te geven omdat de beoordeling niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

De Hoge Raad verwerpt het principale beroep van de Gemeente en het incidentele beroep van de verweersters. Beide partijen worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, waarbij de Gemeente een hoger bedrag aan verschotten en salaris moet betalen. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 22 november 2024.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt beide cassatieberoepen en bevestigt het arrest van het hof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/04427
Datum22 november 2024
ARREST
In de zaak van
GEMEENTE NIJMEGEN,
zetelende te Nijmegen,
EISERES tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,
hierna: de Gemeente,
advocaat: T. van Malssen,
tegen
1. [verweerster 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. SLACHTHUIS NIJMEGEN B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
3. HILZACO BEHEER B.V.,
gevestigd te Elst,
VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: [verweersters],
advocaten: J.H.M. van Swaaij en R.J. ter Rele.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/05/303760 / HA ZA 16-296 van de rechtbank Gelderland van 28 september 2016, 3 mei 2017 en 4 oktober 2017;
b. de arresten in de zaak 200.234.442 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 juli 2018, 4 september 2018, 21 mei 2019, 17 september 2019, 22 maart 2022, 12 juli 2022 en 15 augustus 2023.
De Gemeente heeft tegen het arrest van het hof van 15 augustus 2023 beroep in cassatie ingesteld.
[verweersters] hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor de Gemeente mede door R.M. Andes.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep.
De advocaat van de Gemeente heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
in het principale beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweersters] begroot op € 14.229,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Gemeente deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;
in het incidentele beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [verweersters] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
22 november 2024.