Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
19 november 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een jeugdige verdachte die werd veroordeeld voor seksueel binnendringen bij een vrouw die door overmatig drankgebruik verminderd bewust was. Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 200 uur, subsidiair 100 dagen jeugddetentie.
In cassatie stelde de advocaat-generaal aanvankelijk niet-ontvankelijkheid vast wegens vermeende te late indiening van de schriftuur, maar dit bleek een administratief verzuim. De Hoge Raad heeft de klachten tegen het hofarrest beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging leiden, zodat het hofarrest in stand blijft behalve wat betreft de strafmaat.
Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro heeft de Hoge Raad de opgelegde taakstraf verminderd tot 180 uur en de vervangende jeugddetentie tot 90 dagen. De rest van het beroep is verworpen. De Hoge Raad motiveert niet uitvoerig vanwege artikel 81 lid 1 RO Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de taakstraf tot 180 uur en de vervangende jeugddetentie tot 90 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn, en verwerpt het beroep voor het overige.