ECLI:NL:HR:2024:1381
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond in zaak over aanslag inkomstenbelasting 2017
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 april 2023, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2017 heeft behandeld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend, en belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof.
De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van de proceskosten heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen. Het arrest is op 4 oktober 2024 in het openbaar gewezen door raadsheren Feteris, Boerlage en Van der Voort Maarschalk.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt daarmee de uitspraak van het hof.