ECLI:NL:HR:2024:1304

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 september 2024
Publicatiedatum
26 september 2024
Zaaknummer
24/01072
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 397 lid 1 RvArt. 402 lid 1 RvArt. 407 Rv
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens niet tijdige indiening procesinleiding

In deze zaak heeft verzoeker tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad verwijst voor het geding in de feitelijke instanties naar eerdere uitspraken van de rechtbank Den Haag en het gerechtshof Den Haag.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekte tot niet-ontvankelijkheid van verzoeker omdat de procesinleiding niet tijdig was ingediend via elektronische weg door een cassatieadvocaat, zoals vereist op grond van de artikelen 397 lid 1, 402 lid 1 en 407 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Verzoeker heeft niet binnen de gestelde termijn van twee weken gereageerd op deze conclusie en de Hoge Raad zag geen aanleiding om alsnog herstel van het verzuim toe te staan. Daarom verklaarde de Hoge Raad verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.

Het arrest is gewezen door de vicepresident als voorzitter en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 27 september 2024.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van de procesinleiding en het niet herstellen van het verzuim.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/01072
Datum27 september 2024
ARREST
In de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: verzoeker,
tegen
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/KANTOOR DEN HAAG,
gevestigd te Den Haag,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de Ontvanger.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/577921/HA ZA 19-817 van de rechtbank Den Haag van 30 juni 2021;
b. het arrest in de zaak 200.303.943/01 van het gerechtshof Den Haag van 2 mei 2023.
Verzoeker heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot niet-ontvankelijkheid van verzoeker in zijn cassatieberoep.
Verzoeker heeft niet binnen twee weken op die conclusie gereageerd. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om verzoeker daartoe alsnog in de gelegenheid te stellen.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid

Verzoeker is niet ontvankelijk in zijn beroep op de gronden vermeld in de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal onder 3.1-3.10.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
27 september 2024.