ECLI:NL:HR:2024:1265

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 november 2024
Publicatiedatum
19 september 2024
Zaaknummer
23/03107
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 287 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak poging tot meervoudige doodslag met scherp voorwerp

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor poging tot doodslag op twee willekeurige vrouwelijke slachtoffers, gepleegd in 2021 in Eindhoven door hen met een scherp voorwerp in de onderrug respectievelijk het gezicht te steken.

De verdachte stelde in cassatie onder meer een bewijsklacht en een klacht over de schakelbewijsconstructie aan de orde. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld maar oordeelde dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 juli 2023. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van zijn oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht betroffen.

Daarmee bevestigde de Hoge Raad het oordeel van het hof en verwierp het beroep van de verdachte, waarmee de veroordeling voor poging tot doodslag onverminderd blijft staan.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, waardoor het arrest van het hof dat hem veroordeelde voor poging tot doodslag wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/03107
Datum5 november 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 juli 2023, nummer 20-000565-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.G. Grijpstra, advocaat in Eindhoven, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 november 2024.