Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 28 april 2021, dossierpagina 134-135, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] :
(het hof begrijpt: screenshot 6)uit het proces-verbaal voorzien van nummer 8 wordt getoond (afbeelding 3)
(het hof begrijpt: een screenshot van de camerabeelden d.d. 8 maart 2021 te 16:12:32 uur van [adres] gericht op de [straat] )
‘het proces-verbaal van verhoor inhoudende de verklaring van aangeefster [slachtoffer 2] op 11 januari 2021 afgelegd [pag. 692 t/m 694]’op pagina 6 van de bewijsbijlage bij het vonnis aan door voor ‘[pag. 693]’ in te voegen:
‘het proces-verbaal van verhoor inhoudende de verklaring van aangeefster [slachtoffer 2] op 25 januari 2021 afgelegd [pag. 695 t/m 698]’op pagina 6 van de bewijsbijlage bij het vonnis aan door het volgende toe te voegen:
‘het proces-verbaal van verhoor inhoudende de verklaring van getuige [getuige] op 8 januari 2021 afgelegd [pag. 708 t/m 717]’op pagina 7 van de bewijsbijlage bij het vonnis aan door het volgende toe te voegen:
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) jaren;
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking;
teruggaveaan [slachtoffer 1] van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
teruggaveaan de verdachte van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] :
€ 12.708,81 (twaalfduizend zevenhonderdacht euro en eenentachtig cent)bestaande uit € 2.708,81 (tweeduizend zevenhonderdacht euro en eenentachtig cent) als vergoeding aan materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) als vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;
€ 12.708,81 (twaalfduizend zevenhonderdacht euro en eenentachtig cent)bestaande uit € 2.708,81 (tweeduizend zevenhonderdacht euro en eenentachtig cent) aan materiële schadevergoeding en € 10.000,00 (tienduizend euro) aan immateriële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 98 (achtennegentig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;
vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] :
€ 8.362,41 (achtduizend driehonderdtweeënzestig euro en eenenveertig cent)bestaande uit € 1.362,41 (duizend driehonderdtweeënzestig euro en eenenveertig cent) als vergoeding aan materiële schade en € 7.000,00 (zevenduizend euro) als vergoeding aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;
€ 8.362,41 (achtduizend driehonderdtweeënzestig euro en eenenveertig cent)bestaande uit € 1.362,41 (duizend driehonderdtweeënzestig euro en eenenveertig cent) aan materiële schadevergoeding en € 7.000,00 (zevenduizend euro) aan immateriële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna de te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 76 (zesenzeventig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;