Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
30 januari 2024.
Hoge Raad
In deze cassatieprocedure heeft de verdachte beroep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch dat hem veroordeelde voor gewoontewitwassen van geldbedragen en meubels. De advocaat-generaal adviseerde vernietiging van het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur, met vermindering van de straf tot de gebruikelijke maatstaf, en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat de eerste en tweede cassatiemiddelen niet tot vernietiging leiden. De Hoge Raad hoeft deze niet te motiveren omdat ze niet van belang zijn voor de rechtsontwikkeling. Wel is het derde cassatiemiddel gegrond verklaard: de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden doordat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden en de uitspraak meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep is gedaan.
Als gevolg hiervan vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en vermindert deze tot zeventien maanden. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De uitspraak is gedaan op 30 januari 2024 door de strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot zeventien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.