ECLI:NL:HR:2024:1085
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vermogensrendementsheffing onder Herstelwet strijdig met EVRM, geen rentevergoeding
Belanghebbende voerde een eenmanszaak en had voor 2018 een bedrag van €626.797 aan liquide middelen als ondernemingsvermogen opgegeven. De Inspecteur stelde dat een deel hiervan overtollig was en tot box 3 moest worden gerekend. Het Hof Den Haag oordeelde dat €441.796 overtollig was en paste het forfaitaire rendement toe volgens het stelsel 2017, maar gaf rechtsherstel door vermindering van het belastbare inkomen tot het werkelijke rendement van €4.575. Tevens kende het Hof rentevergoeding toe wegens onverschuldigde belastingbetaling.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte het voordeel uit sparen en beleggen hoger heeft vastgesteld dan volgens de Herstelwet toelaatbaar is. Het werkelijke forfaitaire rendement moet worden berekend als 0,12% van €428.407, wat €514 bedraagt. Omdat dit lager is dan het werkelijke rendement, is verder rechtsherstel niet gerechtvaardigd. Daarnaast wijst de Hoge Raad het verzoek om rentevergoeding af, verwijzend naar een eerder arrest.
De Hoge Raad verklaart de beroepen gegrond, vernietigt het Hofarrest voor zover het gaat om de vermindering van de aanslag en rentevergoeding, vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van €514 en draagt de Staatssecretaris op het griffierecht aan belanghebbende te vergoeden.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van €514 en wijst het verzoek om rentevergoeding af.