ECLI:NL:HR:2024:1054

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2024
Publicatiedatum
10 juli 2024
Zaaknummer
22/02674
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.B OpiumwetArt. 311.1.5 SrArt. 2.C OpiumwetArt. 3.C OpiumwetArt. 359.5 Sv
Verwijzingen
9 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak telen hennep en drugsbezit

De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor het telen van hennep, diefstal van elektriciteit door verbreking, en het aanwezig hebben van diverse harddrugs zoals metamfetamine, MDMA, XTC-pillen en LSD-zegels, alsmede hennep. Het hof legde een gevangenisstraf van zes maanden op.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, met name gericht op de vraag of het hof ten onrechte een niet bewezen verklaard feit, namelijk de verkoop van harddrugs, had meegewogen bij de straftoemeting. De advocaat-generaal adviseerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend wat betreft de strafmaat, met vermindering van de straf, maar verwierp het beroep voor het overige.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de motivering te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Uiteindelijk werd het cassatieberoep verworpen.

Het arrest werd gewezen door vice-president V. van den Brink, en raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman op 12 juli 2024.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt gevangenisstraf van zes maanden.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/02674
Datum12 juli 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 6 juli 2022, nummer 20-000898-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.J.P.M. Mooren, advocaat in Tilburg, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 juli 2024.