Uitspraak
1.Procesverloop
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
16 juni 2023.
Hoge Raad
De man en vrouw zijn in 2013 gehuwd met huwelijkse voorwaarden waarin een vergoeding bij echtscheiding is geregeld. Bij ontbinding van het huwelijk in 2021 vorderde de vrouw een vergoeding op basis van artikel 14 van Pro deze voorwaarden.
De rechtbank stelde vast dat de man een bedrag van €27.000 moest betalen, en het hof bevestigde dit oordeel. De man stelde in hoger beroep dat de uitleg van het bedrag in artikel 14 lid 2 anders Pro moest zijn, namelijk dat het bedrag van €30.000 bedoeld werd in plaats van €3.000 per jaar.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd door niet adequaat in te gaan op deze essentiële stelling. Ook oordeelt de Hoge Raad dat het bewijsaanbod van de man om een getuige op te roepen terecht is afgewezen omdat dit niet relevant was voor de kernvraag.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof Den Haag en verwijst de zaak naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Den Haag en verwijst de zaak naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling.