ECLI:NL:HR:2023:693

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 mei 2023
Publicatiedatum
11 mei 2023
Zaaknummer
22/01448
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt matiging contractuele bonusaanspraak door werkgever

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van ENTERPRISE SERVICES NEDERLAND B.V., handelend onder de naam DXC Technology, verworpen. Het geschil betrof de matiging van een contractuele bonusaanspraak door de werkgever jegens de werknemer.

De procedure begon bij de kantonrechter te Amsterdam met vonnissen in december 2018, maart 2019 en maart 2020, waarna het gerechtshof Amsterdam op 18 januari 2022 een arrest heeft gewezen. DXC stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest, maar de Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het arrest kunnen leiden.

De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat het oordeel niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De Hoge Raad veroordeelde DXC tevens in de kosten van het cassatiegeding.

Het arrest is gewezen door vicepresident M.V. Polak als voorzitter en raadsheren F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer F.J.P. Lock op 12 mei 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep van DXC Technology wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/01448
Datum12 mei 2023
ARREST
In de zaak van
ENTERPRISE SERVICES NEDERLAND B.V. h.o.d.n. DXC TECHNOLOGY,
gevestigd te Rijswijk,
EISERES tot cassatie,
hierna: DXC,
advocaat: S.F. Sagel,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: R.L.M.M. Tan.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 7272035 CV EXPL 18-22684 van de kantonrechter te Amsterdam van 13 december 2018, 21 maart 2019 en 5 maart 2020;
b. het arrest in de zaak 200.278.795/01 van het gerechtshof Amsterdam van 18 januari 2022.
DXC heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt DXC in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien DXC deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
12 mei 2023.