ECLI:NL:HR:2023:645
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak Hof en niet-ontvankelijkheid beroepen inzake belastingaanslagen vennootschapsbelasting en kansspelbelasting
In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over diverse belastingaanslagen opgelegd aan belanghebbende, een voormalige Curaçaose rechtspersoon. Het betrof navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting over de jaren 2004 tot en met 2012, aanslagen vennootschapsbelasting 2013, en naheffingsaanslagen kansspelbelasting, omzetbelasting en dividendbelasting over de jaren 2011 tot en met 2013.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest, waarbij de Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het beroep. De Hoge Raad oordeelde echter dat het eerste middel faalde, maar dat het tweede en derde middel slaagden op basis van twee gelijktijdig uitgesproken arresten. Dit leidde tot vernietiging van het hofarrest, behoudens de beslissing over een schadevergoeding, en vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank Gelderland.
De Hoge Raad verklaarde de bij de Rechtbank ingestelde beroepen niet-ontvankelijk, waardoor de belastingaanslagen niet in stand konden blijven. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van formele regels in het belastingrecht, met name omtrent de bekendmaking en tijdigheid van besluiten bij ontbonden rechtspersonen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraken en verklaart de bij de Rechtbank ingestelde beroepen niet-ontvankelijk.