ECLI:NL:HR:2023:644

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 april 2023
Publicatiedatum
20 april 2023
Zaaknummer
20/04302
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 AWRArt. 52a AWR
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bevoegdheid belastingrechter bij informatiebeschikkingen tegen ontbonden rechtspersoon

In deze zaak stond de vraag centraal of de belastingrechter bevoegd is om te oordelen over informatiebeschikkingen die zijn opgelegd aan een ontbonden rechtspersoon naar Curaçaos recht. De Staatssecretaris van Financiën had tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden cassatie ingesteld. Het hof had in hoger beroep uitspraak gedaan over informatiebeschikkingen die aan belanghebbende, een ontbonden Curaçaose vennootschap, waren opgelegd.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de Staatssecretaris ongegrond verklaard. De beoordeling van de middelen is gebaseerd op de overwegingen in een verwante zaak (ECLI:NL:HR:2023:543). Tevens heeft de Hoge Raad de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van het geding in cassatie.

De uitspraak bevestigt de jurisprudentie omtrent de bevoegdheid van de belastingrechter bij geschillen over informatiebeschikkingen, ook wanneer deze zijn opgelegd aan een ontbonden rechtspersoon. Dit draagt bij aan rechtszekerheid en duidelijkheid over de procesbevoegdheid in formeel belastingrechtelijke procedures.

Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2023. Hiermee is het cassatieberoep definitief afgewezen en is de uitspraak van het hof in stand gebleven.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/04302
Datum21 april 2023
ARREST
in de zaak van
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
tegen
[X4] N.V., voorheen gevestigd te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 november 2020, nrs. 17/01250 tot en met 17/01259 [1] , op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 17/4029 tot en met AWB 17/4038) betreffende ten aanzien van belanghebbende gegeven informatiebeschikkingen.

1.Geding in cassatie

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P] , heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende, vertegenwoordigd door G.J.M.E. de Bont en J.M. Sitsen, heeft een verweerschrift ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van repliek ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 28 februari 2022 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. [2]
De Staatssecretaris heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 20/04297, ECLI:NL:HR:2023:543.

3.Proceskosten

De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaken met nummers 20/04297, 20/04298, 20/04299 en 20/04302 met elkaar samenhangen in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
- veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op een vierde van € 6.278, derhalve € 1.569,50, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris, E.F. Faase, M.T. Boerlage en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2023.
Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 532.