ECLI:NL:HR:2023:568
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen omzetbelastingvrijstelling voor winstbeogende budgetbeheerdiensten
In deze zaak stond centraal of diensten van budgetbeheer, -begeleiding en -advisering binnen en buiten beschermingsbewind en curatele, verricht door een besloten vennootschap, vrijgesteld zijn van omzetbelasting op grond van artikel 11, lid 1, letter f, Wet OB 1968 en bijbehorende regelgeving.
Belanghebbenden, bestaande uit een besloten vennootschap en een fiscale eenheid, waren het niet eens met naheffingsaanslagen omzetbelasting en belastingrente opgelegd door de Belastingdienst over meerdere perioden tussen 2012 en 2016. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had eerder uitspraak gedaan, waarna belanghebbenden cassatie instelden bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad overwoog dat de diensten door een besloten vennootschap werden verricht en daarmee winst beoogd werd. Gezien de eerdere jurisprudentie, waaronder een vergelijkbare zaak (ECLI:NL:HR:2023:460), kunnen deze diensten niet worden aangemerkt als vrijgesteld van omzetbelasting. Het beroep in cassatie werd daarom ongegrond verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard; de diensten zijn niet vrijgesteld van omzetbelasting.