ECLI:NL:HR:2023:558

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 april 2023
Publicatiedatum
13 april 2023
Zaaknummer
22/00503
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 2:8 BWArt. 2:9 BWArt. 2:10 BWArt. 2:11 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt arrest hof in bestuurdersaansprakelijkheid en dwaling bij certificaathoudersovereenkomst

In deze zaak stond de vraag centraal of het hof terecht had geoordeeld over bestuurdersaansprakelijkheid en de vernietiging van een afwijking in een certificaathoudersovereenkomst wegens dwaling. De eisers hadden beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 november 2021.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten van de eisers niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en veroordeelde de eisers in de kosten van het cassatiegeding. De zaak betreft onder meer bestuurdersaansprakelijkheid op grond van de artikelen 2:8 tot en met 2:11 van het Burgerlijk Wetboek en de gevolgen van het defungeren en uittreden van certificaathouders binnen een overeenkomst.

De uitspraak werd gedaan door de vicepresident Polak als voorzitter en de raadsheren Tanja-van den Broek, Wattendorff, Schaafsma en Salomons, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Lock op 14 april 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/00503
Datum14 april 2023
ARREST
In de zaak van
1. M.A.C. ID B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
2. M.A.C. BEHEER B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
3. SEVEN STEPS TO HEAVEN B.V.,
gevestigd te Sterksel,
4. [eiser 4],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaten: R.P.J.L. Tjittes en H. Boom,
tegen
1. PLANTLAB GROEP B.V.,
gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,
2. FBB HOLDING B.V.,
gevestigd te Berghem,
3. CHERRY UNLIMITED HOLDING B.V.,
gevestigd te Tiel,
4. DUNE PROJECTS B.V.,
gevestigd te Katwijk,
5. [verweerder 5],
wonende te [woonplaats],
6. [verweerder 6],
wonende te [woonplaats],
7. [verweerder 7],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaten: J.W.M.K. Meijer en G.J. Harryvan.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/01/300898 / HA ZA 15-785 van de rechtbank Oost-Brabant van 20 januari 2016, 19 april 2017, 14 juni 2017, 8 november 2017 en 10 oktober 2018;
b. de arresten in de zaken 200.257.495/01 en 200.258.196/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 oktober 2019 en 16 november 2021.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof van 16 november 2021 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van [eisers] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
14 april 2023.