Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:549

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 april 2023
Publicatiedatum
11 april 2023
Zaaknummer
21/05401
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 245 SrArt. 342 lid 2 SvArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen arrest ontucht met minderjarige

De zaak betreft een cassatieberoep van een 28-jarige verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 22 december 2021, waarin hij werd veroordeeld voor meermalen gepleegde ontucht met een 15-jarig meisje. De verdachte voerde meerdere cassatiemiddelen aan, waaronder het bewijsminimum en de toepassing van art. 342 lid 2 Sv Pro (unus testis).

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De verklaringen van de aangeefster werden voldoende ondersteund door ander bewijs, en de afwijzing van de voorwaardelijke verzoeken tot nader onderzoek in hoger beroep werd gerechtvaardigd omdat het gevraagde onderzoek niet noodzakelijk werd geacht voor de volledigheid van het onderzoek.

De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering van het oordeel nader toe te lichten, aangezien de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep in cassatie werd derhalve verworpen en het arrest van het gerechtshof bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/05401
Datum11 april 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 22 december 2021, nummer 23-000409-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft F.T.C. Dölle, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 april 2023.