ECLI:NL:HR:2023:511
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland en het verzet tegen een eerdere uitspraak. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende per aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Hoewel de brief is ontvangen, is het griffierecht niet betaald.
Vervolgens is belanghebbende opnieuw aangeschreven met de mogelijkheid om een verklaring te geven voor het niet betalen van het griffierecht. Ook op deze brief is geen reactie ontvangen. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb, moet het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2023.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.