ECLI:NL:HR:2023:370
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen loonheffingen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was geconfronteerd met naheffingsaanslagen loonheffingen over meerdere jaren (2009-2015), inclusief boetebeschikkingen en renteheffingen. Na een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat op 17 mei 2022 uitspraak deed.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het hof. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld, maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden.
De Hoge Raad motiveerde zijn oordeel niet inhoudelijk, omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd op 10 maart 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.