ECLI:NL:HR:2023:273

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 februari 2023
Publicatiedatum
22 februari 2023
Zaaknummer
21/02277
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 8.5 Wegenverkeerswet 1994Art. 16.1 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeerArt. 13.1.d Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak rijden onder invloed alcohol en cocaïne

In deze zaak stond de verdachte terecht voor rijden onder invloed van alcohol en cocaïne, waarbij de vraag speelde of het bloedonderzoek en de strikte waarborgen van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer (Besluit) waren nageleefd.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte veroordeeld en het cassatieberoep richtte zich onder meer op de vraag of de termijn van twee weken voor het aanleveren van bloed bij het laboratorium als een stelsel van strikte waarborgen kan worden aangemerkt en of het bloedonderzoek tijdig was uitgevoerd volgens de wettelijke voorschriften.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers en uitgesproken op 21 februari 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor rijden onder invloed blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02277
Datum21 februari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 mei 2021, nummer 21-006175-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 februari 2023.