Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
22 december 2023.
Hoge Raad
Solidiam N.V., Cleremo B.V. en [holding] B.V. sloten in juni en juli 2017 overeenkomsten waarbij kredietfaciliteiten werden verstrekt en hypothecaire zekerheden moesten worden gesteld. Na een vonnis van de rechtbank Amsterdam in maart 2018 tot betaling aan [erflater], verstrekte Solidiam hypothecaire zekerheid aan de aandeelhouders. [Erflater] vernietigde deze overeenkomsten wegens benadeling van schuldeisers en verzocht om doorhaling van de hypotheekrechten.
De rechtbank verklaarde de hypotheekrechten nietig en gaf deze verklaring kracht gelijk aan een akte tot doorhaling. Het hof verklaarde Solidiam c.s. niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat zij het beroep niet hadden ingeschreven in het rechtsmiddelenregister, omdat het hof de verklaring van de rechtbank kwalificeerde als een verklaring van waardeloosheid volgens art. 3:29 BW Pro.
De Hoge Raad oordeelt dat de verklaring van de rechtbank niet een verklaring van waardeloosheid is, maar een vernietiging op grond van art. 3:45 BW Pro die alleen ten behoeve van de schuldeiser geldt. Daarom was inschrijving in het rechtsmiddelenregister niet vereist en was het hof onjuist Solidiam c.s. niet-ontvankelijk te verklaren. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.