ECLI:NL:HR:2023:1585
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond in belastingzaak over aanslag 2016
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 28 september 2022, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2016 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij is overwogen dat het niet nodig is om de klachten nader te motiveren, omdat deze geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het beroep in cassatie wordt daarom ongegrond verklaard, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Deze uitspraak is gedaan door de Hoge Raad der Nederlanden, Belastingkamer, op 17 november 2023, in aanwezigheid van de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en is in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.