ECLI:NL:HR:2023:1493
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt motiveringsvereiste bij bezwaar WOZ-waarde zonder specificatie hogere of lagere waarde
Het dagelijks bestuur van het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Overijssel die het bezwaar van belanghebbende tegen de WOZ-waarde ontvankelijk had verklaard. Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde WOZ-waarde met de korte motivering dat zij het niet eens was met de waarde.
De Rechtbank oordeelde dat dit bezwaarschrift voldeed aan de eisen van artikel 6:5, lid 1, aanhef en letter d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) omdat het de gronden van het bezwaar bevatte. De heffingsambtenaar had het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
In cassatie stelde het Gemeenschappelijk Belastingkantoor dat sinds 1 oktober 2015 ook bezwaar kan worden gemaakt tegen een te lage WOZ-waarde, en dat het bezwaarschrift daarom niet voldeed indien niet werd aangegeven of een hogere of lagere waarde werd bepleit. De Hoge Raad verwierp dit betoog en bevestigde dat het bezwaarschrift aan de motiveringsvereisten voldoet zonder dat expliciet een hogere of lagere waarde hoeft te worden genoemd.
De Hoge Raad stelde vast dat het oordeel van de Rechtbank niet onbegrijpelijk is en dat het cassatoetsing aan waarderingen van feitelijke aard niet toelaat. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskosten af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt dat een bezwaarschrift tegen een WOZ-waarde voldoet aan de motiveringsvereisten zonder expliciete aanduiding van hogere of lagere waarde.