ECLI:NL:HR:2023:1475

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 november 2023
Publicatiedatum
19 oktober 2023
Zaaknummer
21/05236
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 302 lid 1 SrArt. 311 lid 4 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens schending recht laatst spreken verdachte in hoger beroep

In deze zaak stond de poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan een penitentiair inrichtingswerker centraal. De verdachte was in hoger beroep veroordeeld door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 3 december 2021 werd aan verdachte en zijn raadsman het recht gelaten het laatst te spreken, waarna de advocaat-generaal repliceerde en de raadsman dupliceerde. Uit het proces-verbaal bleek echter niet dat de verdachte opnieuw het recht kreeg het laatst te spreken na deze repliek en dupliek.

De Hoge Raad oordeelde dat hierdoor het voorschrift van artikel 311 lid 4 van Pro het Wetboek van Strafvordering, dat op straffe van nietigheid het recht van de verdachte om het laatst te spreken garandeert, niet is nageleefd. Dit vormde een schending van het procesrecht. Het cassatiemiddel van de verdachte slaagde daarom.

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het gerechtshof en wees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting en afdoening, waarbij het recht van de verdachte om het laatst te spreken correct in acht moet worden genomen. De overige cassatiemiddelen werden niet behandeld vanwege de vernietiging.

Deze uitspraak onderstreept het belang van de waarborg van het recht van de verdachte om het laatst te spreken in het strafproces, conform de wettelijke voorschriften, ter bescherming van een eerlijk proces.

Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens schending van het recht van de verdachte om het laatst te spreken.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/05236
Datum7 november 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 december 2021, nummer 21-005727-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben M. Berndsen en K. Canatan, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de verdachte niet het recht is gelaten het laatst te spreken.
2.2
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 3 december 2021 houdt onder meer het volgende in:
“De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn genaamd:
(...)
Als raadsman van verdachte is mede ter terechtzitting aanwezig mr. K. Canatan, advocaat te Amsterdam.
(...)
De advocaat-generaal voert het woord, leest de vordering voor (...).
Deze vordering is aan het hof overgelegd.
De raadsman voert het woord tot verdediging en pleit daartoe overeenkomstig zijn overgelegde pleitnota, welke aan dit proces-verbaal is gehecht en waarvan de inhoud geacht moet worden hier te zijn ingevoegd.
Aan de verdachte en de raadsman wordt het recht gelaten het laatst te spreken.
De advocaat-generaal repliceert.
De raadsman dupliceert.
De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van het gerechtshof de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 17 december 2021 te 14:00 uur.
De verdachte deelt mede niet bij de uitspraak aanwezig te willen zijn.”
2.3
Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 3 december 2021 blijkt niet dat – nadat aan de verdachte (en zijn raadsman) het recht was gelaten het laatst te spreken, de advocaat-generaal daarna had gerepliceerd en de raadsman vervolgens had gedupliceerd – aan de verdachte opnieuw het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het voorschrift dat in artikel 311 lid 4 van Pro het Wetboek van Strafvordering op straffe van nietigheid is gegeven, niet in acht is genomen.
2.4
Het cassatiemiddel slaagt.

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 november 2023.