ECLI:NL:HR:2023:1296
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. Het ingediende beroepschrift bevatte niet de vereiste gronden zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende op 4 april 2023 via het digitale dossier en per e-mail in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze termijn liep af op 16 mei 2023.
Belanghebbende heeft het verzuim niet hersteld. Op grond hiervan heeft de Hoge Raad besloten het beroep in cassatie niet-ontvankelijk te verklaren op basis van artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten.
Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 22 september 2023. Hiermee is het beroep definitief afgewezen wegens procedurele tekortkomingen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet aanleveren van de gronden binnen de gestelde termijn.