Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 24 januari 2023
[X] te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de Regionale Belasting Groep, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
- een aanslag in de van eigenaren van gebouwde onroerende zaken geheven watersysteemheffing (aanslag watersysteemheffing gebouwd) ter zake van de onroerende zaak gelegen aan de [adres 1] te [woonplaats] (de woning) berekend naar een heffingsmaatstaf van € 753.000. Het bedrag van de aanslag watersysteemheffing gebouwd is € 189,76;
- een aanslag watersysteemheffing gebouwd ter zake van de onroerende zaak gelegen aan de [adres 2] te [woonplaats] (het kantoorpand, en gezamenlijk met de woning: de onroerende zaken) berekend naar een heffingsmaatstaf van € 326.000. Het bedrag van de aanslag watersysteemheffing gebouwd is € 82,15.
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Omschrijving geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
- Het gebruik van de WOZ-waarde als maatstaf voor de heffing van de watersysteemheffing gebouwd zoals neergelegd in artikel 121, lid 1, letter d, van de Waterschapswet is onrechtmatig en onrechtvaardig.
- Toepassing van deze heffingsmaatstaf leidt tot discriminatie op grond van artikel 14 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR).