ECLI:NL:HR:2023:1237
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen omzetbelasting fiscale eenheid
Belanghebbende, een fiscale eenheid, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over naheffingsaanslagen omzetbelasting en de daarbij behorende beschikkingen inzake heffings- en belastingrente over de kalenderjaren 2011, 2013, 2014 en 2015.
Na eerdere uitspraken van de Rechtbank Den Haag en het Gerechtshof Den Haag, waarin de aanslagen en rentebeschikkingen werden bevestigd, stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld, maar vond dat deze niet konden leiden tot vernietiging van het hofarrest. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, was het niet nodig om de motivering nader toe te lichten. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Het arrest van de Hoge Raad bevestigt daarmee de eerdere uitspraken en maakt een einde aan het geschil over de opgelegde naheffingsaanslagen en de daarbij behorende rente.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de fiscale eenheid wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.