Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
8 september 2023.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 1 februari 2022 vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof Den Haag. Het geschil betreft de vraag of een WAM-verzekeraar verhaal kan nemen op een bestuurder die onder invloed van alcohol een verkeersongeval veroorzaakte, terwijl de verzekering was afgesloten door de vader van de bestuurder.
De bestuurder had in 2014 met een alcoholpromillage van 1,26 mg/ml een ongeval veroorzaakt waarbij een inzittende letsel opliep. De verzekeraar Univé had de schade aan de inzittende vergoed en wilde het betaalde bedrag verhalen op de bestuurder. Het hof had geoordeeld dat de bestuurder te goeder trouw mocht aannemen dat zijn aansprakelijkheid door de verzekering was gedekt, omdat het niet algemeen bekend was dat een WAM-verzekering dekking kan uitsluiten bij rijden onder invloed.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof het goede trouw begrip uit art. 3:11 BW Pro niet correct had toegepast en onvoldoende had gemotiveerd waarom de bestuurder geen goede reden had om te twijfelen over de dekking. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak voor verdere behandeling. Tevens veroordeelde de Hoge Raad de bestuurder in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling.