Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
7 juli 2023.
Hoge Raad
In deze zaak heeft eiser cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 november 2021, waarin het hof een geschil over een beëindigingsovereenkomst met betrekking tot een arbeidsovereenkomst heeft behandeld.
De Hoge Raad verwijst naar het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 6 juni 2019 en het hofarrest van 2 november 2021 voor het gedingverloop in de feitelijke instanties. Tegen verweerder Treffina is verstek verleend. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van eiser schriftelijk heeft gereageerd.
De Hoge Raad heeft de klachten van eiser beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat het oordeel geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht oproept, is geen nadere motivering vereist. De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van verweerder op nihil zijn begroot.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest bevestigd.