Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 7289734 18-8931)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het herstelexploot van 8 november 2019;
- het tegen [geïntimeerde] verleende verstek;
- de memorie van grieven met vijf producties en waarbij [appellant] zijn eis heeft gewijzigd;
- de zuivering van het verstek;
- de memorie van antwoord met drie producties.
3.De beoordeling
veronderstellenderwijs” aanneemt dat een managementovereenkomst tussen [geïntimeerde] en [besloten vennootschap] tot stand is gekomen. Het hof merkt op dat [geïntimeerde] heeft gesteld dat zij [appellant] een concept voor een managementovereenkomst heeft toegezonden en, later, een ondertekend exemplaar. [appellant] betwist dit weliswaar, maar feitelijk staat vast dat partijen in elk geval in grote lijnen zijn gaan handelen overeenkomstig de kernbedingen van dat concept. In dat geval mocht de kantonrechter aannemen dat tussen partijen in elk geval enige vorm van een managementovereenkomst tot stand was gekomen.