Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
14 juni 2022.
Hoge Raad
In deze strafzaak is het cassatieberoep ingesteld door de verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 augustus 2020. De verdachte werd veroordeeld voor feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift en het opzettelijk gebruik daarvan, meermalen gepleegd, alsmede voor een voortgezette handeling zoals bedoeld in art. 56.2 Sr.
De verdediging klaagde dat het hof ten onrechte artikel 57 Sr Pro had toegepast in plaats van artikel 56.2 Sr. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft deze klacht beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het arrest kan leiden.
De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet uitvoerig, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het beroep wordt derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.