ECLI:NL:HR:2022:833
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in geschil over inkomensafhankelijke regelingen
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake een geschil over een besluit op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie is cassatie alleen mogelijk als de wet dat uitdrukkelijk toestaat. In deze zaak ontbreekt een wettelijke bepaling die cassatie tegen de uitspraak van de bestuursrechter openstelt.
Zelfs indien de aangevallen uitspraak onterecht een rechtsmiddelverwijzing bevat, verandert dit niets aan de ontvankelijkheid. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en op 3 juni 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.