ECLI:NL:HR:2022:775
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof inzake belastingaanslag 2016
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2016. De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor zijn oordeel omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2022. Hiermee is het hoger beroep van belanghebbende definitief afgewezen en blijft de belastingaanslag voor 2016 gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag bevestigd.