ECLI:NL:HR:2022:774
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep inzake een geschil met de Sociale Verzekeringsbank. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep ontvankelijk is, waarbij de betaling van het griffierecht centraal stond.
De griffier heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen een termijn van vier weken. Deze brief is afgeleverd, maar het griffierecht is niet betaald. Belanghebbende heeft pas na het verstrijken van de termijn een verzoek om vrijstelling van griffierecht ingediend, zonder te voldoen aan de criteria voor betalingsonmacht zoals vastgesteld in eerdere jurisprudentie.
De Hoge Raad concludeert dat belanghebbende niet tijdig heeft voldaan aan de betalingsverplichting en dat het verzoek om vrijstelling niet rechtsgeldig was. Daarom wordt het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.