ECLI:NL:HR:2022:773
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van de Rechtbank Noord-Holland in een belastingrechtelijke zaak. De Rechtbank had op 22 november 2021 uitspraak gedaan en deze uitspraak op dezelfde dag aan partijen verzonden. Het beroepschrift in cassatie werd echter pas op 21 januari 2022 ontvangen door de Hoge Raad, wat na het verstrijken van de in artikel 6:7 Awb Pro gestelde termijn van zes weken was.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende vervolgens bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld om een toelichting te geven op de overschrijding van de beroepstermijn, maar belanghebbende heeft hier geen gebruik van gemaakt. Hierdoor werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en deed de uitspraak in aanwezigheid van de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools. Dit arrest bevestigt het belang van tijdige indiening van cassatieberoepen binnen de wettelijke termijnen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.