ECLI:NL:HR:2022:741

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 mei 2022
Publicatiedatum
19 mei 2022
Zaaknummer
20/04356
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 67 AWR
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake verschoningsrecht belastingambtenaar in civiele procedure

In deze zaak hebben Box Consultants c.s. cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof 's-Hertogenbosch die betrekking had op het verschoningsrecht van een belastingambtenaar in een civiele procedure. De Hoge Raad verwijst naar eerdere beslissingen in lagere instanties, waaronder een kantonrechterlijke beslissing van 9 juli 2019 en een hofbeschikking van 24 september 2020.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop Box Consultants c.s. schriftelijk heeft gereageerd. Na beoordeling heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de klachten van Box Consultants c.s. niet leiden tot vernietiging van de hofbeschikking. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en Box Consultants c.s. veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de verweerster, met een specificatie van verschotten en salaris, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. De beschikking is uitgesproken door de raadsheer Wattendorff en ondertekend door de vicepresident Kroeze en de raadsheren du Perron, Lock, Salomons en Makkink.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Box Consultants c.s. wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/04356
Datum20 mei 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
1. BOX CONSULTANTS B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
2. BOULDER B.V.,
gevestigd te Hilvarenbeek,
3. [verzoeker 3],
wonende te [woonplaats], België,
VERZOEKERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: Box Consultants c.s.,
advocaten: A.E.H. van der Voort Maarschalk en A.M. van Aerde,
tegen
[verweerster],
woonplaats kiezende te Den Haag,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaten: S.M. Kingma en G.C. Nieuwland.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beslissing in de zaak 5831765 \ EJ VERZ 17-222 van de kantonrechter te Eindhoven van 9 juli 2019;
de beschikking in de zaak 200.267.370/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 september 2020.
Box Consultants c.s. hebben tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van Box Consultants c.s. hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt Box Consultants c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 415,34 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Box Consultants c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, F.J.P. Lock, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
20 mei 2022.