ECLI:NL:HR:2022:737

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 mei 2022
Publicatiedatum
19 mei 2022
Zaaknummer
20/04354
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 67 AWRArt. 52 Wjsg
Verwijzingen
8 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in civiele procedure over verschoningsrecht belastingambtenaar

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van Box Consultants c.s. verworpen tegen een beschikking van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het geschil betreft het verschoningsrecht van een belastingambtenaar in een civiele procedure, waarbij ook relevante wetsartikelen zoals artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, artikel 67 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 52 van Pro de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevensbescherming aan de orde kwamen.

De procedure begon bij de kantonrechter te Eindhoven met een beslissing op 9 juli 2019, waarna het hof op 24 september 2020 een beschikking gaf. Box Consultants c.s. stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking, dat door de Hoge Raad is beoordeeld. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep, waarop Box Consultants c.s. schriftelijk reageerden.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van Box Consultants c.s. niet konden leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak om het oordeel nader te motiveren, omdat beantwoording van de vragen niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. De Hoge Raad veroordeelde Box Consultants c.s. tevens in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Box Consultants c.s. wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/04354
Datum20 mei 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
1. BOX CONSULTANTS B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
2. BOULDER B.V.,
gevestigd te Hilvarenbeek,
3. [verzoeker 3],
wonende te [woonplaats], België,
VERZOEKERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: Box Consultants c.s.,
advocaten: A.E.H. van der Voort Maarschalk en A.M. van Aerde,
tegen
[verweerder],
woonplaats kiezende te Den Haag,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaten: S.M. Kingma en G.C. Nieuwland.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beslissing in de zaak 5831765 \ EJ VERZ 17-222 van de kantonrechter te Eindhoven van 9 juli 2019;
de beschikking in de zaak 200.267.372/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 september 2020.
Box Consultants c.s. hebben tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van Box Consultants c.s. hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt Box Consultants c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 415,34 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Box Consultants c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, F.J.P. Lock, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
20 mei 2022.