ECLI:NL:HR:2022:735

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 mei 2022
Publicatiedatum
19 mei 2022
Zaaknummer
20/04359
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 52 Wjsg
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake verschoningsrecht officier van justitie in civiele procedure

Box Consultants c.s. hebben cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het hof in een civiele procedure waarin het verschoningsrecht van de officier van justitie aan de orde was. De zaak betreft een vervolg op eerdere jurisprudentie, waaronder ECLI:NL:HR:2018:1433, en hangt samen met andere zaken die op hetzelfde moment door de Hoge Raad zijn behandeld.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld maar geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de bestreden beschikking. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet uitvoerig omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad wijst het beroep af en veroordeelt Box Consultants c.s. in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak is gedaan door de vicepresident en vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 20 mei 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Box Consultants c.s. wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/04359
Datum20 mei 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
1. BOX CONSULTANTS B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
2. BOULDER B.V.,
gevestigd te Hilvarenbeek,
3. [verzoeker 3],
wonende te [woonplaats], België,
VERZOEKERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: Box Consultants c.s.,
advocaten: A.E.H. van der Voort Maarschalk en A.M. van Aerde,
tegen
[de officier van justitie] ,
woonplaats kiezende te Den Haag,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [de officier van justitie] ,
advocaten: S.M. Kingma en G.C. Nieuwland.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beslissing in de zaak 5831765 \ EJ VERZ 17-222 van de kantonrechter te Eindhoven van 11 juli 2019;
de beschikking in de zaak 200.267.400/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 september 2020.
Box Consultants c.s. hebben tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[de officier van justitie] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van Box Consultants c.s. hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt Box Consultants c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de officier van justitie] begroot op € 415,34 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Box Consultants c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, F.J.P. Lock, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
20 mei 2022.