ECLI:NL:HR:2022:678
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende, woonachtig in Marokko, heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van dit beroep beoordeeld. Omdat belanghebbende geen domicilieadres in Nederland had opgegeven, werd hij door de griffier bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken.
Het griffierecht is echter niet betaald. De griffier heeft belanghebbende vervolgens nogmaals in de gelegenheid gesteld om te reageren op het niet betalen van het griffierecht, wederom per aangetekende brief en gewone post naar het buitenlandse adres. Belanghebbende heeft hier geen gebruik van gemaakt.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 29 april 2022 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van griffierecht.