Uitspraak
vertegenwoordigd door [P],
Hoge Raad
Belanghebbende stelde zich in hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland inzake een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2016. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wees het hoger beroep af. Vervolgens richtte belanghebbende zich tot de Hoge Raad met een cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Daarom maakte de Hoge Raad gebruik van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools op 29 april 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.