Uitspraak
wonende te Monte Carlo, Monaco,
gevestigd te Luxemburg, Luxemburg,
gevestigd te Amsterdam,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
22 april 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil over het portretrecht van Max Verstappen, een internationaal bekende autocoureur, tegen Picnic B.V. die een filmpje met een lookalike van Verstappen op haar Facebook-pagina had geplaatst. Verstappen en zijn licentiehouder vorderden een verklaring voor recht dat Picnic onrechtmatig handelde door openbaarmaking van het portret en vorderden schadevergoeding.
De rechtbank wees de vorderingen toe, maar het hof vernietigde dit en oordeelde dat de lookalike niet als portret van Verstappen kon worden aangemerkt omdat het duidelijk was dat het een persiflage betrof en niet Verstappen zelf. De Hoge Raad stelt echter dat een afbeelding van een lookalike onder omstandigheden wel als portret kan gelden als de persoon herkenbaar is en de herkenning wordt versterkt door bijkomende omstandigheden zoals kleding en context.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe belangenafweging, waarbij het hof niet gebonden is aan eerdere overwegingen over onrechtmatigheid. De Hoge Raad veroordeelt Picnic tevens in de proceskosten.
Deze uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van het portretrecht bij gebruik van lookalikes en benadrukt dat het karakter van de afbeelding (zoals parodie) niet uitsluit dat sprake is van een portret, maar wel relevant is voor de belangenafweging.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor een nieuwe belangenafweging over het portretrecht van Verstappen bij gebruik van een lookalike.