Uitspraak
verblijvende te [verblijfplaats] ,
2.Uitgangspunten en feiten
OvJ
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
21 januari 2022.
Hoge Raad
Betrokkene had een zorgmachtiging gekregen van de rechtbank Oost-Brabant op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De officier van justitie verzocht om verlenging van deze machtiging met een nieuwe medische verklaring van een onafhankelijke psychiater. Deze verklaring was echter niet ondertekend.
Tijdens de mondelinge behandeling erkende de geneesheer-directeur dat de verklaring authentiek was, maar dit werd door de rechtbank als voldoende beschouwd om de machtiging te verlenen. Betrokkene stelde in cassatie dat het ontbreken van de handtekening een onherstelbaar vormverzuim was.
De Hoge Raad oordeelde dat een medische verklaring voor een zorgmachtiging door de onafhankelijke psychiater ondertekend moet zijn om de inhoud en verantwoordelijkheid ervan te waarborgen. Het ontbreken van de handtekening kan niet worden vervangen door verklaringen van anderen. Daarom mocht de rechtbank op basis van deze verklaring geen zorgmachtiging verlenen.
De Hoge Raad vernietigde de beschikking van 26 juli 2021 en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de zorgmachtiging wegens het ontbreken van de handtekening op de medische verklaring en wijst de zaak terug naar de rechtbank.