ECLI:NL:HR:2022:601
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof en verwijst belastingzaak terug ter verdere behandeling
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 2009. De Hoge Raad heeft het beroep gegrond verklaard en het arrest van het Hof vernietigd. De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor een volledige herbeoordeling, waarbij het arrest van de Hoge Raad in een gelijktijdige zaak als leidraad dient.
De Hoge Raad nam de middelen I en II over uit een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2022:525) en oordeelde dat de overige middelen geen behandeling behoefden. De Staatssecretaris van Financiën werd veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep, waarbij ook het griffierecht aan belanghebbende werd vergoed.
De verwijzing houdt in dat het Gerechtshof Amsterdam de zaak integraal zal beoordelen met inachtneming van de richtlijnen uit het arrest. Tevens zal het verwijzingshof bepalen of belanghebbende een vergoeding toekomt voor eerdere proceskosten bij Hof en Rechtbank. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.