Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
19 april 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 februari 2021, waarin een klaagschrift tot opheffing van beslag op een loods ongegrond werd verklaard. De klager, eigenaar van de loods, stelde dat het beslag ten onrechte was gelegd ten laste van zijn zoon.
De Hoge Raad overwoog dat het cassatiemiddel slaagt op de gronden vermeld in een samenhangende zaak (ECLI:NL:HR:2022:579). De kernvraag betrof of de klager wist dat de loods aan hem was toegekomen om de uitwinning ten laste van zijn zoon te bemoeilijken, wat van belang is voor de rechtmatigheid van het beslag.
De Hoge Raad vernietigde de bestreden beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zodat het klaagschrift opnieuw kan worden beoordeeld en afgedaan. De beschikking werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 19 april 2022.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor hernieuwde behandeling.