ECLI:NL:HR:2022:558

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 april 2022
Publicatiedatum
7 april 2022
Zaaknummer
22/00003
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30c lid 1 RvArt. 426a lid 1 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand · 8 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet elektronische indiening en ontbrekende handtekening advocaat

In deze zaak heeft verzoekster B.V. beroep in cassatie ingesteld tegen een beslissing van het gerechtshof Amsterdam. De Hoge Raad verwijst naar het eerdere procesverloop en de beslissing van de wrakingskamer. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat verzoekster niet-ontvankelijk moet worden verklaard vanwege procedurele tekortkomingen.

De kern van het geschil betreft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. De procesinleiding is niet ingediend via de voorgeschreven elektronische weg zoals vereist in artikel 30c lid 1 Rv. Daarnaast ontbreekt de vereiste handtekening van een advocaat bij de Hoge Raad conform artikel 426a lid 1 Rv. Verzoekster had de mogelijkheid om deze verzuimen binnen twee weken te herstellen door de procesinleiding opnieuw in te dienen met inachtneming van de wettelijke vereisten, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

De Hoge Raad oordeelt dat vanwege deze nalatigheden het cassatieberoep niet-ontvankelijk is. De beschikking is gegeven door de raadsheren en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Wattendorff. Hiermee is het beroep van verzoekster definitief afgewezen op procedurele gronden.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet elektronische indiening en ontbrekende handtekening advocaat.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/00003
Datum8 april 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoekster] B.V.,
gevestigd te [vstigingsplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: [verzoekster].

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beslissing in de zaak 200.301.985/02 van de wrakingskamer van het gerechtshof Amsterdam van 13 december 2021.
Namens [verzoekster] heeft de heer K. Aachboun tegen de beslissing van het hof beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoekster] in haar cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het cassatieberoep is niet ingesteld op de in art. 30c lid 1 Rv voorgeschreven wijze, te weten door indiening van een procesinleiding langs elektronische weg. Ook is de procesinleiding niet, zoals vereist door art. 426a lid 1 Rv, ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. [1] Deze verzuimen konden worden hersteld door dezelfde procesinleiding met inachtneming van de vereisten van de art. 30c en 426a lid 1 Rv opnieuw in te dienen. [verzoekster] heeft evenwel geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de verzuimen binnen twee weken te herstellen. Dit brengt mee dat zij in haar beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
8 april 2022.

Voetnoten

1.Vgl. HR 18 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:AD2977.