Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Ambtshalve opmerking over de kwalificatie van het onder 1 bewezenverklaarde
5.Beslissing
1 februari 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van grootschalige oplichting via Marktplaats. De verdachte stelde onder meer dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden.
De Hoge Raad oordeelde dat omdat de zaak in hoger beroep in aanwezigheid van de raadsman van verdachte is behandeld en geen verweer is gevoerd over de overschrijding van de redelijke termijn, de klacht hierover niet kan slagen. Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat het hof een misslag had begaan door de strafverzwarende omstandigheid van recidive niet in de kwalificatie te vermelden, maar herstelde deze misslag ambtshalve.
De Hoge Raad zag daarom geen reden om het arrest van het hof te vernietigen en verwierp het cassatieberoep. De strafoplegging werd wel aangepast naar de gebruikelijke maatstaf, conform de conclusie van de advocaat-generaal.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen van oplichting met ambtshalve herstel van de kwalificatie en aangepaste strafoplegging.